BOEK

Elena's vlucht

Elena's vlucht

Susan Smit

Kleurrijke debuutroman over een ontluikende liefde tussen twee jonge mensen, gesitueerd in de mysterieuze en voor buitenstaanders ontoegankelijke wereld van de Roma-zigeuners.

ISBN: 9789048001477 | Paperback, 285 blz | € 12.50 | 2006


Elena’s vlucht is een kleurrijke debuutroman over een ontluikende liefde tussen twee jonge mensen, gesitueerd in de mysterieuze en voor buitenstaanders ontoegankelijke wereld van de Roma-zigeuners. Susan Smit schreef een zinderend verhaal vol verbeeldingskracht, magie en rijke taal in de traditie van Isabel Allende en Joanne Harris (Chocolat).

Elena reist met haar kumpania – een groep van zigeunerfamilies – met paarden en huifkarren door het roerige Europa van de jaren dertig. Op haar veertiende wordt ze uitgehuwelijkt aan een oudere weduwnaar en vanaf dat moment moet ze zich schikken in de ondergeschikte rol van romni, getrouwde vrouw. Als Elena een jaar na de bruiloft nog steeds niet zwanger is en kwade tongen beweren dat ze haar echtgenoot heeft vervloekt, besluit ze de besloten gemeenschap te ontvluchten.

Susan Smit beschikt over het talent om terloops diepe inzichten over te brengen, ingebed in een meeslepend verhaal. Ze brengt op zeer overtuigende manier een wereld tot leven die niet langer bestaat, en sluit zich hiermee aan bij een internationale traditie van vertellers.

Is het niet gek dat de herinnering aan sommige belangrijke gebeurtenissen wegzakt, peinsde Elena, terwijl andere, schijnbaar onbetekenende momenten zich voor eeuwig vastzetten aan de oppervlakte van je geest en zich aan je blijven opdringen? Ze herinnerde zich bepaalde kleine voorvallen levendiger dan momenten van tegenslag die haar jarenlang zouden moeten achtervolgen. Ze huilde trouwens ook sneller van geluk dan van verdriet. Omdat de kwetsbaarheid van geluk haar raakte; het verlangen, tegen beter weten in, dat het eeuwig zo zou blijven.
Geluk dient zich altijd aan in kleine brokjes: het zijn flitsen die voorbijgaan, terwijl verdriet zeurt en je aan je jas blijft trekken terwijl jij allang weer met andere dingen bezig bent. Geluk kan je overvallen, zo fel en scherp zijn dat je ogen ervan gaan tranen, en zo snel weer achter de horizon verdwijnen dat je je verwonderd afvraagt waarom je huilt.
Elena zag hoe de schemering inviel en hoe de woonwagens zich steeds scherper aftekenden tegen de lucht. Ze voelde haar hart zwaar worden van geluk en dacht bij zichzelf: niet vergeten, vasthouden dit moment. Om haar heen werden de eerste vuren aangemaakt. Vlammen laaiden op en likten de gietijzeren ketels die erboven hingen. Vet siste op de zwartgeblakerde bodem. De stukken varkensvlees, groenten en specerijen die in de ketels werden gaargekookt brachten zulke weerbarstige geuren voort dat het leek alsof de vrouwen met elkaar wedijverden wie de prikkelendste geur kon produceren.
Ze bleef doodstil zitten, bang om zich te verroeren en de betovering van haar broze geluk te verbreken. Ze keek naar haar jongere broers en zusjes die om eten bedelden. Irina weerde hen lachend, quasi-geërgerd af, maar even vaak haalde ze met een vork een halfgekookt stuk groente uit de kookpot, waaide het door de avondlucht tot het min of meer was afgekoeld en deelde het uit. Het wachten was op de mannen, die weldra zouden terugkeren naar het kamp. Elena was te oud om te soebatten om lekkere hapjes. Haar maag raakte eraan gewend om, net als de volwassenen, tweemaal per dag te eten in grote hoeveelheden: ’s ochtends als de zon opkwam en ’s avonds als hij achter de horizon verdween.
Irina keek haar schuin aan. Elena voelde zich betrapt en keek om zich heen, op zoek naar iets te doen om zich een houding te geven. Ze besloot zichzelf nuttig te maken en pakte een paar schalen om de gerechten in op te dienen. Irina’s blik bleef op haar gericht.
‘Mijn mooie chey,’ zei ze, alsof ze aanvoelde dat er die avond dingen zouden gebeuren die onomkeerbaar waren.

Luide stemmen en gezang kondigden de komst van de mannen aan. Met veel omhaal gingen ze in groepjes rond de kampvuren zitten en wenkten de vrouwen om hun het avondmaal te brengen. Van de verschillende kookvuren kwamen vrouwen met volgeladen schalen in hun armen aangelopen. Volgens de traditie aten de Rom, de oudere en belangrijke mannen, eerst, waarna ze de Romoro, de jongere getrouwde mannen, uitnodigden zich bij hen te voegen. Ten slotte verorberden de vrouwen en kinderen de restjes van het maal bij hun eigen kookvuren.
Leeuwen gingen op dezelfde manier te werk, zo had een dorpsmeisje Elena eens verteld terwijl ze met verbazing het eetritueel bekeek. De leeuwin jaagt op de prooi. Zij achtervolgt de zebra of de gnoe, bespringt het dier en takelt het net zolang toe tot het weerloos op de grond ligt. Dan kuiert het mannetje er op z’n gemak naartoe en bijt het, bij wijze van genadeslag, in de hals. De leeuwin en welpjes wachten op gepaste afstand tot de leeuw zijn buik heeft volgegeten. Zodra hij wegslentert, stuiven ze op het aangevreten karkas af om hun honger te stillen.
Elena dacht er sindsdien vaak over na. Waarom toch dat heilige ontzag? Dachten de leeuwinnen het niet alleen af te kunnen of wisten ze dat een sterk mannetje hen, als het erop aankwam, altijd de baas zou zijn?
Na de maaltijd vulde Irina de jezbeh, een bronzen kan met een lang handvat, met water en hield hem boven het vuur. Zodra het water kookte schepte ze er een paar scheppen suiker en poederkoffie bij en liet het mengsel opnieuw enkele malen koken. Iedere keer haalde ze de kan net op tijd, voordat het water zou overkoken, weg van het vuur. De Turkse koffie was de Roma waardig: krachtig, kruidig en gemaakt om de elementen te overstemmen of er op z’n minst de strijd mee aan te gaan. Bij hevige kou hield het brouwsel je warm en bij zomerse hitte hield het je wakker en alert.
Op verzoek van haar moeder bracht Elena de koffie naar het kampvuur waar haar vader zat. De roes van intens geluk was nog niet vervlogen. Hij hing nog steeds om haar heen en maakte haar passen veerkrachtig en haar doorgaans scherpe blik zachter. De mannen keken op van hun gesprek en namen de bekers met hete koffie van haar aan.
‘Pulika, jouw dochter bloeit onder onze ogen op tot een waarachtige schoonheid,’ riep Yojo, een van haar vaders vrienden, uit.
Het was voor het eerst dat Elena werd aangesproken op haar schoonheid, en ze voelde zich rood worden tot aan haar haarwortels. Het liefst wilde ze zich zo gauw mogelijk uit de voeten maken, maar Yojo pakte haar hand en hield die omhoog, alsof hij haar in het rond wilde laten draaien.
‘Elena gaat de harten breken van alle arme jongemannen die in haar nabijheid verblijven, dat voorspel ik,’ zei hij vrolijk.
Pulika keek naar de mannen om hem heen en wat hij zag beviel hem niet. In hun blikken was interesse te lezen, interesse zoals een man die voor een begeerlijke vrouw voelt. Vooral Arben, een weduwnaar van een jaar of veertig, leek zijn ogen niet van Elena af te kunnen houden. Vervolgens keek Pulika naar zijn dochter. Voor het eerst zag hij haar voorzichtige rondingen, de aanzet van haar borsten, haar slanke taille. Haar gezicht had niet meer de uitdrukking van kinderlijke onschuld die hij van haar gewend was, maar iets wat hij alleen kende van volwassen vrouwen. Koketterie, misschien. Verlegenheid met een vleugje behaagzucht.
Pulika herstelde zich en diende zijn vriend Yojo van repliek door op uitbundige en theatrale wijze lof te zingen op zijn Romni, zijn eigen vrouw, die verantwoordelijk moest zijn voor de ontluikende schoonheid van zijn dochter, wat onmiddellijk een nieuwe discussie losmaakte over de gelijkenis tussen Romni en hun dochters.
Pulika glimlachte geruststellend naar Elena, die opgelucht van de verschuiving van aandacht gebruikmaakte om weg te lopen. Pulika keek zijn dochter peinzend na. Ze had een zwierige tred, waardoor haar donkere krullen op haar rug dansten. Haar rokken ruisten om haar benen en benadrukten de beginnende welving van haar heupen. Pulika besefte met pijn in zijn hart dat ze, verdomd nog aan toe, rijp was voor het huwelijk.
Volgens de Roma zou je een schoondochter met de oren en niet met de ogen moeten uitzoeken, waarmee bedoeld werd dat je meer aandacht aan de reputatie van het meisje in kwestie moest schenken dan aan haar schoonheid. Immers, ‘shuk tski khalpe le royasa’, schoonheid kun je niet met een lepel eten.
Elena’s reputatie was niet haar sterkste punt: iedereen kende haar neiging om er alleen op uit te trekken en dat gold niet bepaald als een aanbeveling. Pulika’s hersenen werkten op topsnelheid. Hij zou een hoge prijs voor haar kunnen vragen als ze haar weerspannige, onafhankelijke aard zou temperen en de belofte van gehoorzaamheid zou kunnen wekken. Een huwbaar Roma-meisje werd, behalve om haar familieachtergrond en deugdzame karakter, op waarde geschat om haar vermogen een huishouden te leiden, gasten te verzorgen, de toekomst te voorspellen voor gadje, haar kookkunsten, haar geduld met kleine kinderen en haar bereidheid om voor haar schoonfamilie te zorgen. Pas op de laatste plaats kwamen haar schoonheid en haar talent voor zingen en dansen.
Pulika’s gokschulden waren hoger opgelopen dan hij aan zijn vrouw had durven toegeven. De bruidsprijs, dacht hij, zelfs als die laag was, zou meer dan welkom zijn.

De gedachte aan een huwelijk liet Pulika niet los en in de weken erna liet hij onder de Rom doorschemeren dat Elena beschikbaar was. Het mocht niet overkomen alsof hij zijn dochter aan willekeurig welke man aanbood, dus hij deed het met de hoogste graad van subtiliteit. ‘Och,’ verzuchtte hij bijvoorbeeld met gespeelde verwondering, ‘wat worden mijn kinderen groot. Ik ben een oude man aan het worden.’ Of hij klaagde dat een huishouden met meer dan één vrouw voor een man geen sinecure was.
Pulika verbeeldde zich dat vooral Arben met meer dan gemiddelde interesse naar zijn verzuchtingen luisterde, maar ook Tshurka ging gretig op zijn opmerkingen in. Hij antwoordde dat hoofd zijn van een gezin met sterke, volgroeide jongens ook geen pretje was, zinspelend op zijn nog ongetrouwde zoon Vilco die hij best aan de arm van Elena zou willen zien.
Vilco was sympathiek, vond Pulika, maar Elena onwaardig. Hij was nog te onbezonnen, niet verantwoordelijk genoeg om de zorg voor een vrouw en nageslacht op zich te nemen. Bovendien zou het gezin de bruidsschat die hij voor Elena in gedachten had, niet kunnen ophoesten. Tshurka had een zwakke gezondheid, waardoor hij niet in staat was veel werk te verzetten en regelmatig aangewezen was op leningen van de andere Rom die, zo wist iedereen, nooit werden terugbetaald. Als een van de weinigen in de kumpania reisde zijn gezin niet met een houten woonwagen met openslaande deuren en drie ramen aan elke zijde, maar met een woonwagen die met stof was bekleed. Pulika was het die dagen met Tshurka oneens over allerlei futiele zaken, van de juiste manier om paardenhoeven te polijsten tot de herkomst van een legende, om hem, zonder dat hij gezichtsverlies zou hoeven lijden, duidelijk te maken dat een eventueel huwelijksaanzoek niet geaccepteerd zou worden.
Dit alles ontging Nuzi niet. Hij merkte dat er nadrukkelijker naar Elena werd gekeken en dat haar kwaliteiten en ondeugden onder de Rom werden besproken. Toen hij in afwachting van de avondmaaltijd met een paar jongens ging voetballen, riep iemand plagerig tegen Vilco dat hij maar beter wat spierballen kon kweken, wilde hij een wilde meid als Elena schaken.

'Elena's vlucht gaat over het moment dat je andermans pad verlaat en je eigen weg moet vinden. Ik heb er erg van genoten.'

Annemieke Schrijver in Alziend oog

'Smit slaat een brug tussen spiritualiteit en sensualiteit, tussen hekserij en hoge hakken, tussen kruidenthee en Ebay.' De Telegraaf

De Telegraaf

'Een fenomeen in wording. Smit (...) lijkt meer te zijn dan een heks. Eerder een geestelijk baken in hectische, goddeloze tijden.' 

HP/De Tijd

'Susan Smit laat met deze eerste roman zien dat ze een boeiend vertelster is.' 

Paravisie

'Aartsweke streekroman, overgoten met een flauw zigeunersausje.'

de Volkskrant

'Boek van de maand. Het heeft niets te maken met het clichébeeld van de ‘traan op zigeunerwangetjes’, maar alles met de mysteriën van het voor buitenstaanders ontoegankelijke Roma-leven.' 

Elegance

'Ook al is dit verhaal geschreven door Nederlands bekendste heks, vrees niet voor Harry Potter-taferelen. Het is een heerlijk romantisch boek met veel uitleg over het leven van de Roma begin twintigste eeuw.' 

Viva

'Elena’s vlucht is een warmbloedig en mythisch verhaal, dat aan De Alchemist en de magie van Chocolat doet denken omdat het zo tintelt van de geuren en kleuren.' Glamour

Glamour

'Een heerlijk boek, romantisch tot op het bot.' 

Veronica Magazine

'Dat magie ook in nuchter Nederland de zinnen prikkelt bewijst Susan Smit met Elena’s vlucht. Is Smit de nieuwe Isabel Allende?'
Marie Claire

Marie Claire

'Een kleurrijke, doorleefde roman over liefde, verlangen en verlies. Knap!' Libelle

Libelle

'Omdat Smit een bewogen schrijfstijl heeft en ze scènes zeer levendig neerzet, leest Elena’s vlucht erg prettig. Het is een boek dat je in één ruk uitleest. (...) Een echte aanrader.' BOEK

BOEK

'Van deze dame zullen we in de toekomst nog veel gaan horen!'

Martin Ros in TROS Nieuwsradio.

'Susan Smit, schrijfster op hakken, heks zonder bezemsteel, schreef de prachtige roman Elena’s vlucht.''

Matthijs van Nieuwkerk

'Er moeten meer boeken op hoge hakken geschreven worden!'

Frits Barend

'De roman is opmerkelijk goed geschreven. Het taalgebruik is mooi en krachtig, maar vooral ook kleurrijk en meeslepend. (...) Een mooi verhaal met genoeg inhoud en diepgang om te beklijven. Ik heb ervan gesmuld.' 

Recensieweb.nl

'Petje af voor Susan Smit en haar eerste roman Elena’s vlucht! Ik vond de wijsheden en het einde echt prachtig. (...) Smit heeft zeker bewezen dat ze talent heeft voor fictie en het vermogen heeft een echte ‘verteller’ te zijn.' 

Chicklit.nl

'Gouden Tip van 2005'

Boekhandel Scheltema.