AUTEUR

HEKSERIJ

Susan Smit

Susan Smit


'In Heks probeert Susan Smit via opmerkelijke ervaringen, interviews met toonaangevende Amerikaanse heksen en research de vooroordelen over heksen uit de wereld te helpen' 

Marie Claire


Voordat ik voor het eerst een echte heks ontmoette, had ik precies dezelfde vooroordelen die sommige mensen nu over mij hebben. Als ik aan heksen dacht, zag ik vrouwen voor me die in sekte-achtige groepjes rond een kookpot dansen of in brouwsels van muizenkeutels en vleermuizenpootjes stonden te roeren. Ik dacht dat hekserij duister, vaag en eng was. Dat kan ook niet anders, want ik ben net als iedereen opgegroeid met sprookjes waarin heksen vergiftigde appels aan prinsesjes geven en kleine kinderen vetmesten. Bovendien ben ik een journalist met een kritische blik, die logische verklaringen wil en duidelijkheid eist. Die is er bij hekserij niet altijd. Voor een buitenstaander is het niet makkelijk te doorgronden omdat er een sluier van geheimzinnigheid omheen hangt. Je mag niet zomaar rituelen bijwonen, er is geen heilig boek waar alles instaat en de meeste heksen zijn niet bijzonder openhartig over hun praktijken.

 

Toch hebben heksen me altijd gefascineerd. Het leken me eigenwijze, krachtige vrouwen die hun eigen weg gaan en zich bezighouden met het bovennatuurlijke. De combinatie vrouw en kracht wordt meestal negatief afgeschilderd - kijk maar naar sprookjes. Dat heb ik altijd vreemd gevonden. Ik besloot een heks te interviewen voor een vrouwenmaandblad om te horen wat moderne hekserij nou eigenlijk inhoudt. In het restaurant waar we hadden afgesproken, kwam een hele moderne, vrolijke meid binnen die met beide benen op de grond stond. We hebben de hele avond zitten praten over hekserij en toen ik wegging dacht ik: hier wil ik alles over weten.

 

Ik ben er een jaar lang helemaal ingedoken. Ik heb rituelen en vollemaansbijeenkomsten bijgewoond, heksenfeesten gevierd, heb leren werken met magie, kruiden en mineralen. Uiteindelijk heb ik me laten inwijden als heks. Terwijl dat proces gaande was, gebeurde er zo veel met me dat ik het op wilde schrijven. Eerst op slordige blaadjes papier en in mijn dagboek, maar uiteindelijk is het een boek geworden. Gelukkig geen boek van ‘ik heb het licht gezien en nu ga ik jullie precies vertellen hoe het zit’, maar een boek met twijfels en voorzichtige ontdekkingen. Want zo is het nu eenmaal gegaan: de transformatie van kritische journalist naar heks gaat niet zonder slag of stoot. Ik heb tijd nodig gehad om te zien wat er achter de poëtische teksten, de mythen en de rituele handelingen schuilging. In het begin voelden de rituelen, met al die wierook, kaarsen en spreuken, een beetje aan als theater. Heel langzaam heb ik de verschuiving van denken naar voelen gemaakt. Ik moest accepteren dat niet alles te beredeneren valt. Toen ik dat deed, kwamen de paranormale ervaringen uit mijn jeugd in volle hevigheid terug. Ik was een heel dromerig en intuïtief kind, maar na al die jaren op de universiteit en als journalist was ik nogal serieus en rationeel geworden. Opeens ‘wist’ ik weer dingen uit het niets en zag ik dingen die niet te verklaren waren. Het zesde zintuig is als een luie spier die zich alleen ontwikkelt als je er aandacht aan besteedt. Ik leerde weer op mijn intuïtie te vertrouwen. Ik ontdekte dat rituelen heel effectief kunnen zijn omdat ze een voornemen of gedachte tastbaar maken en kracht bijzetten. En ik ontdekte dat hekserij een eeuwenoude westerse natuurreligie is met prachtige, vredelievende uitgangspunten.

 

De media-aandacht voor het boek heeft me overdonderd. Ik wist wel dat hekserij in de Verenigde Staten de snelst groeiende religie is, en dat ook hier de tijd rijp is om onze Europese spirituele wortels te herontdekken, maar ik had nooit gedacht dat er zo veel interesse zou zijn. Na drie maanden was het boek aan z’n derde druk toe. Bij signeersessies zie ik heel verschillende mensen, van alle leeftijden, uit alle lagen van de bevolking, die enthousiast zijn. Natuurlijk heb ik ook vaak te maken met vooroordelen. Sonja Barend blééf in haar programma maar vragen: “Wat kun jij als heks dat ik niet kan?” Zo’n vraag zou ze nooit aan een christen stellen, denk ik. Wij doen, op onze manier, wat elke religie doet: feesten vieren, onze goddelijke bron eren, mythen en legenden vertellen en stilstaan bij belangrijke gebeurtenissen met rituelen. Heks zijn is net zoiets als christen, jood of boeddhist zijn. Mensen die vragen wat ik voor bijzonders kan, willen maar één ding horen: dat ik kan toveren. En dat antwoord kan ik ze niet geven.

 

Jezelf heks noemen brengt nog steeds veel teweeg. Er zijn in voorgaande eeuwen veel dingen over heksen beweerd en in de loop van de tijd zijn we er nog in gaan geloven ook. De christelijke kerkvaders hebben vroedvrouwen, kruidenvrouwen, priesteressen en paranormaal begaafde vrouwen in een kwaad daglicht gesteld door hun eigen christelijke uitvinding, de duivel, op hen te projecteren. Heksen zouden onder invloed van de duivel staan. Het is de succesvolste lastercampagne ooit geweest, want veel mensen geloven dat nog steeds. Mijn uitgeverij ontvangt regelmatig dreigbrieven die aan mij gericht zijn, sommige mensen durven me niet meer in de ogen te kijken als ze horen dat ik een heks ben en toen ik laatst een lezing op een katholieke school hield, werd er een bommelding geplaatst om me ervan te weerhouden te spreken. En dat allemaal uit angst voor de duivel, die voor heksen niet eens bestaat. Angst is een slechte raadgever. Het is het tegenovergestelde van liefde. Ik wil mensen informeren, misverstanden en angst wegnemen. Ik blijf mezelf heks noemen omdat ik hoop dat het ooit weer gaat betekenen wat het oorspronkelijk betekende: ziener, heler, priesteres, wijze vrouw. En omdat ik eer wil bewijzen aan al die onschuldige mensen die zijn vermoord.

 

Ik zie er met mijn blonde haar niet uit zoals mensen zich een heks voorstellen. Daar maak ik gebruik van, ja. Geen misbruik. Ik besef dat het me meer welwillendheid brengt zodat ik mijn verhaal kan doen. Ik wil de beginselen van hekserij toegankelijk maken, zodat mensen zich erdoor kunnen laten inspireren. Maar het maakt me ook weleens kwaad als mensen opgelucht zeggen dat ik er vriendelijk uitzie. Dus oude grijze vrouwen, die precies hetzelfde denken als ik, moeten nog harder vechten. Dat is niet eerlijk.

 

Sommige heksen verdenk ik er weleens van dat ze het prettig vinden dat mensen bang voor ze zijn of tegen ze opkijken. Er wordt veel gedweept met magie. En dat terwijl magie eigenlijk heel simpel werkt. Het is gedachtenkracht. Wij geloven dat alles energie is, ook onze gedachten, dat alles met elkaar verbonden is en dat alles invloed op elkaar uitoefent. Met gedachtenkracht de werkelijkheid beïnvloeden, dat is magie. Eigenlijk doet iedereen dat de hele dag door: we ‘denken’ een favoriete schaatser vooruit bij een sportwedstrijd. We fantaseren hoe ons nieuwe huis eruit zal zien. We denken even aan iemand als ‘ie op dat moment een belangrijk sollicitatiegesprek heeft. Heksen zijn ervan overtuigd dat dat effect heeft. Gedachten zijn ontzettend belangrijk. Alles begint met een gedachte. Alles wat we doen, ook al is het even een pluisje van onze jas wegvegen, hebben we eerst bedacht. Heksen weten hun gedachten zo te concentreren, te richten en te sturen, dat het een extra sterke werking heeft. Sommige heksen ondersteunen hun gedachtenkracht met kaarsen in een bepaalde kleur, wierook, mineralen en spreuken, maar uiteindelijk gaat het om dat wat ze visualiseren. Ik ben wat dat betreft een nuchtere heks. Niet teveel toeters en bellen, alsjeblieft.

 

Magie boezemt veel mensen angst in. Misschien omdat het een beroep doet op de eigen kracht in plaats van de handen vouwen en God vragen om iets voor elkaar te krijgen. Heksen geloven dat hun godin en god, het vrouwelijke en het mannelijke principe, in jezelf zit. En in alles om hen heen. In elk grassprietje, bloemblad en zuchtje wind. Magie gaat uit van vertrouwen in je eigen scheppingskracht, vrije wil en verantwoordelijkheid voor je daden. Met magie moet je zorgvuldig omspringen: wij geloven dat alles wat we doen, in drievoud naar ons zal terugkeren. Er bestaat maar één heksenwet: doe wat je wilt, mits het niemand schaadt. Als je magie gebruikt om een ander schade te berokkenen, krijg je het dus onherroepelijk terug op je bordje. Zwarte magie past sowieso niet in de traditie van de heksen: zij hebben hun kennis van de natuur, magie en hun zesde zintuig altijd ingezet om heling, liefde, voorspoed en vrede te brengen.

 

Ik doe weleens aan magie voordat ik een belangrijk gesprek of een interview heb. Dan zie ik mezelf rustig, zelfverzekerd zitten, mijn woorden goed kiezend. Ik stuur energie naar dat beeld, en soms gebruik ik er een toverspreuk bij. Op het moment zelf, als ik het nodig heb, voel ik al die energie naar me toe stromen. Soms doe ik magie voor anderen, als ze dat willen. Dan steek ik een kaars voor ze op, haal een stukje papier door een gat in een steen of geef ze een zakje met kruiden mee dat ze bij zich kunnen dragen. Magische wensen kun je het beste formuleren vanuit jezelf. Dus: ‘Ik wil beter omgaan met de conflicten in de familie’. En niet: ‘De familie moet aardiger voor me zijn.’ Mijn toverspreuken besluit ik altijd met: ‘Mits het voor het welzijn voor allen is; zo zal het zijn.’ Zo voorkom ik dat ik anderen dupeer of dat ik belangrijke ontwikkelingen in de war schop.

 

De natuur is de spirituele leraar van de heksen. Alle spirituele lessen die er maar te bedenken zijn, kun je trekken uit de natuur. Ik probeer te leven in het hier en nu, in harmonie met de grote ritmen: dag, nacht, de maancyclus, de seizoenen. In de herfst, als de bomen hun bladeren laten vallen, laat ik oude patronen los. In de lente, als de zaden ontkiemen en de aarde wakker wordt, maak ik plannen. Ik ben opgehouden met tegen de stroom in zwemmen en dat scheelt me zoveel frustratie en levert me zoveel levenslust op. Ik hoef niet meer altijd te rennen. Voor mij is het bestaan circulair, met ruimte voor geboorte, groei, verval, dood en wedergeboorte, en niet meer lineair. Er kan niet alleen maar groei en vooruitgang zijn. Dat besef heeft me veel rust gegeven. Het idee van wedergeboorte spreekt me aan. Niets gaat verloren in het universum, het krijgt alleen een andere vorm. Elk einde is een nieuw begin. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik veel vaker op deze aarde heb rondgelopen. Voor het boek ben ik een paar keer in regressietherapie geweest, terug naar vorige levens. Ik vond mezelf heel vaak terug als kruidenvrouw of priesteres in oude, westerse beschavingen. Ik ben al tientallen keren heks geweest. Dat verklaart de herkenning die ik had bij bepaalde feesten en rituelen en de drang die ik voelde om hekserij te onderzoeken. Als je ooit op dit spirituele pad hebt gelopen, blijft het in al je volgende levens aantrekkingskracht op je uitoefenen.

 

Ook al ben ik heks geworden, op het eerste gezicht ben ik nog steeds dezelfde Susan. Ik sport, ga dansen met mijn vriendinnen, ga naar de bioscoop met mijn vriendje en schrijf over de dingen die me interesseren. Ik ben me ook niet ineens in zwarte gewaden gaan hullen, want dat vind ik onzin. Heks ben je tussen je oren. Aan mijn huis kun je wel zien dat er een heks woont: er staat een altaar met symbolen van de elementen lucht, vuur, water en aarde, mijn keuken staat vol met kruidenpotten en op de schoorsteenmantel staat een beeld van de Griekse maangodin Hekate. Vriendinnen zeggen weleens dat ik een andere uitdrukking in mijn ogen heb gekregen sinds mijn inwijding. Serener, rustiger, krachtiger. Zo voel ik dat zelf ook wel. Ik vond het een eye-opener om me bewust te worden van mijn eigen kracht, mijn vrouwelijke intuïtie en mijn vermogen om het leven vorm te geven. Iemand die de heks in zichzelf heeft gevonden accepteert die kracht, die keuze, die verantwoordelijkheid. Het is alsof er een sluier wordt weggenomen en je wakker wordt. Dat is wat ik wil: met open ogen en een open hart in de wereld staan. Ik kan nu met trots en overtuiging zeggen: ik ben een heks. En stiekem weet ik dat ik dat altijd ben geweest.

Kan ik ook een heks worden?

“Ja. Ik geloof niet dat je als heks geboren wordt, maar dat je ervoor kunt kiezen om heks te worden, zoals je ook kunt besluiten om boeddhist of katholiek te worden als het gedachtengoed je aanstaat. Wil je meer weten? Lees dan dit.”

 

Moet je je bij een coven (heksenkring) aansluiten om heks te zijn?

“Nee, hoor. Sommige heksen kiezen voor een groepsverband (een coven van maximaal 13 mensen), en andere heksen (solitaire heksen) werken liever alleen. Sommige soloheksen komen wel bij elkaar om jaarfeesten te vieren en ervaringen uit te wisselen.”

 

Zijn er ook mannelijke heksen?

“Jazeker. Zij noemen zichzelf ook gewoon heksen.”

 

Wat zijn de belangrijkste uitgangspunten van hekserij?

“Iedere heks heeft haar eigen overtuigingen. Maar er zijn dingen waar de meeste heksen het wel over eens zijn. We dragen zelf de volledige verantwoordelijkheid voor onze gedachten, woorden en daden en de consequenties daarvan. De natuur is onze spirituele leermeester; de ziel rust in het Zomerland en komt terug in een ander lichaam (reïncarnatie). We maken gebruik van de schatten van de natuur en zorgen dat we teruggeven wat we hebben genomen. We erkennen de vijf elementen lucht, vuur, water, aarde en ether en hun betekenis. We creëren onze eigen heilige ruimte door een cirkel te trekken. We maken gebruik van magie, kennis van de natuur en ons zesde zintuig om te helen en te beschermen. We vieren de acht jaarfeesten, gebaseerd op de seizoenen. We streven naar persoonlijke ontwikkeling. Er is slechts één heksenwet: ‘doe wat je wilt, mits het niemand schaadt’.

 

Wat is het verschil tussen wicca en hekserij?

“Hierover zijn veel heksen het oneens. Ik zie het zo: wicca is een stroming binnen de hekserij die rond 1950 door de Britse heksen Gerald Gardner en Alex Sanders is ontwikkeld (en daar naar mijn mening een beetje is blijven steken). Ze grepen terug op traditionele hekserij en voegden er een aantal nieuwe elementen aan toe. Traditionele hekserij heeft een oorsprong van ver voor het ontstaan van het christendom, is creatief, intuïtief, individualistisch, niet-dogmatisch, niet-hiërarchisch en gaat met de tijd mee.”

 

Geloven heksen in een god?

“Heksen erkennen een god (mannelijke energie) en een godin (vrouwelijke energie) en beseffen dat hun bestaan een mysterie is die ver buiten het zichtbare ligt. Daarom gebruiken we graag symbolen, poëzie en mythen. We stellen de zon als god en de maan als godin voor, bijvoorbeeld. De goddelijke bron zit in onszelf en in alles om ons heen. De godin heerst dus niet over de wereld (zoals de christelijke god), maar is de wereld.”

 

Hoe werkt magie?

“Magie is het werken met energieën. Alles bestaat uit energie (ook onze gedachten), staat in verbinding met elkaar en oefent invloed op elkaar uit. Met gedachten de werkelijkheid beïnvloeden – dat is magie. Die gedachtenkracht kun je versterken met behulp van allerlei magische instrumenten, kleuren en ingrediënten, maar uiteindelijk gaat het om de intensiteit waarmee je kunt concentreren, focussen, visualiseren en sturen.”

 

Waarom werken heksen met rituelen?

“Elke religie heeft z’n eigen rituelen - denk maar aan het eten van de hostie in de christelijke kerk. Een ritueel is een serie symbolische handelingen die een innerlijke gedachte weerspiegelt, waardoor die aan kracht wint. Rituelen zijn altijd symbolisch: of dacht jij dat de hostie werkelijk een stukje van het lichaam van Christus was?”

 

Is hekserij wel echt een religie?

“Jazeker. Hekserij heeft een eigen godsbeeld, eigen feestdagen en eigen rituelen. Bovendien is het ouder dan welke andere levende Europese religie ook. Hekserij is alleen geen georganiseerde religie: er is geen heilig boek (zoals een Bijbel of Koran), er zijn geen heilige gebouwen (zoals tempels of kerken), er is geen baas (zoals een paus) en er is geen officieel priesterschap. Covens worden meestal wel geleid door een hogepriester en een hogepriesteres. Dat heeft niet zoveel te maken met het feit dat ze betere heksen zijn, maar meer met hun positie en status binnen de groep. Heksen hebben geen andere mensen nodig om in contact te komen met het goddelijke of om het goddelijke voor hen te interpreteren: dat doen ze lekker zelf.”

 

Zetten alle heksen zich in voor het goede?

“Bij iedere religie zijn er mensen die het allemaal niet zo nauw nemen. Er zullen heus wel heksen zijn die hun magie of kennis inzetten om anderen te manipuleren of te benadelen (zwarte magie). Dit is in strijd met de enige heksenwet, dus eigenlijk bewegen zij zich buiten de traditie. Volgens de drievoudige wet ‘alles wat je uitzendt, keert in drievoud naar je terug’, zal het hen bovendien niet veel goeds opleveren. Aangezien voor heksen de eigen verantwoordelijkheid centraal staat, zullen zij daar zelf mee in het reine moeten komen.”

Lees boeken over hekserij om uit te vinden welke stroming binnen hekserij het beste bij je past. Zoals elke volwassen religie kent hekserij verschillende tradities. Het kan verwarrend zijn, maar zonder het bestaan van verschillende mening zou hekserij geen religie zijn, maar een sekte.

 

Bezoek lezingen, volg workshops en ga naar open bijeenkomsten, al is het alleen maar om gelijkgestemden te ontmoeten.

 

Besluit of je je bij een coven (heksenkring) wilt aansluiten of dat je soloheks (zelfstandige heks) wilt worden. Ga niet in zee met de eerste de beste coven en vertrouw niet elke heks die jou wel even zal opleiden. Neem liever de tijd om je eigen weg te zoeken en start zo nodig een groepje met andere beginnende heksen om samen te leren en te ontdekken. Of vorm een jaarfeestengroep waarmee je acht keer per jaar bijeen komt. Een feestje vieren in je eentje is maar niks, nietwaar?!

 

Neem de religie tot je in de juiste volgorde: eerst de levensbeschouwing, de ethiek en de jaarfeesten, dan pas de rituelen en de magie. Net zoals je eerst je theorie-examen moet afleggen voordat je je rijbewijs kunt halen!

 

En dan is het zover: de inwijding als heks. Weet je het helemaal zeker dat dit jouw levenspad is en geen bevlieging? Een inwijding kun je in covenverband doen, je kunt vragen aan een hogepriester of hogepriesteres die je respecteert of ze jou willen inwijden of je kunt het zelf doen (volgens sommigen is een inwijding iets tussen hen en de Godin). Hoe dan ook geldt: haast het niet. Neem in ieder geval een jaar en een dag de tijd om je te verdiepen in hekserij zodat je kunt kennismaken met alle acht jaarfeesten.

 

Wel zo handig: bedenk dat je heus geen ingewijde heks hoeft te zijn om je te laten inspireren door het gedachtengoed van deze eeuwenoude, vredelievende religie.